Genesis 44:18
Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
19Mijn heer vraagde zijn knechten, zeggende: Hebt gijlieden een vader, of broeder?
Cross References
Genesis 18:30Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
Genesis 37:6En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.
Genesis 41:44En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.
2 Samuel 14:12Toen zeide deze vrouw: Laat toch uw dienstmaagd een woord tot mijn heer den koning spreken. En hij zeide: Spreek.
Job 33:31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
Proverbs 19:12Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.