Genesis 46:10
En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische vrouw.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
9En de zonen van Ruben: Hanoch, en Pallu, en Hezron, en Karmi.
11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
Cross References
Genesis 28:1En Izak riep Jakob, en zegende hem; en gebood hem, en zeide tot hem: Neem geen vrouw van de dochteren van Kanaan.
Genesis 34:25En het geschiedde ten derden dage, toen zij in de smart waren, zo namen de twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, een iegelijk zijn zwaard, en kwamen stoutelijk in de stad, en doodden al wat mannelijk was.
Genesis 49:5Simeon en Levi zijn gebroeders! hun handelingen zijn werktuigen van geweld!
Numbers 1:6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
Numbers 2:12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.
1 Chronicles 2:1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,