Genesis 46:29
Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israel tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
30En Israel zeide tot Jozef: Dat ik nu sterve, nadat ik uw aangezicht gezien heb, dat gij nog leeft!
Cross References
Genesis 41:43En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.
Genesis 45:19Gij zijt toch gelast: doet dit, neemt u uit Egypteland wagenen voor uw kinderkens, en voor uw vrouwen, en voert uw vader, en komt.
Genesis 50:9En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.
Acts 20:37En er werd een groot geween van hen allen; en zij, vallende om den hals van Paulus, kusten hem;