Genesis 47:9
En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
8En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens!
10En Jakob zegende Farao, en ging uit van Farao's aangezicht.
Cross References
Genesis 5:27Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren; en hij stierf.
Genesis 11:24En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
Genesis 35:28En de dagen van Izak waren honderd jaren, en tachtig jaren.
Genesis 50:26En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men leide hem in een kist in Egypte.
Exodus 7:7En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.
Joshua 24:29En het geschiedde na deze dingen, dat Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, stierf, oud zijnde honderd en tien jaren.