Genesis 9:26
Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaan zij hem een knecht!
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And he said, Blessed be the LORD God of Shem; and Canaan shall be his servant.
In Context
25En hij zeide: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!
27God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!
Cross References
Genesis 12:1De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.
Genesis 27:40En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.
Joshua 9:23Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods.
Psalms 144:15Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig, is het volk, wiens God de HEERE is.
Romans 9:5Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.