The Bible Software
bible.softwareJesajaJesaja 1 › Jesaja 1:20

Jesaja 1:20

Maar indien gij weigert, en wederspannig zijt, zo zult gij van het zwaard gegeten worden; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

But if ye refuse and rebel, ye shall be devoured with the sword: for the mouth of the LORD hath spoken it.

In Context

19Indien gijlieden willig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten;

21Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden! Zij was vol recht, gerechtigheid herbergde daarin, maar nu doodslagers.

Read all of Jesaja 1

Cross References

Leviticus 26:25Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.

Numbers 23:19God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?

1 Samuel 15:29En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.

Job 36:12Maar zo zij niet horen, zo gaan zij door het zwaard door, en zij geven den geest zonder kennis.

Isaiah 3:25Uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.

Isaiah 58:14Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Jesaja 1:20

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Jesaja 1:19Jesaja 1Jesaja 1:21 →