James 2:4
Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Are ye not then partial in yourselves, and are become judges of evil thoughts?
In Context
Cross References
Job 21:27Ziet, ik weet ulieder gedachten, en de boze verdichtselen, waarmede gij tegen mij geweld doet.
Psalms 58:1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth. (58:2) Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?
Psalms 109:31Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
Matthew 7:1Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
James 1:1Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.