The Bible Software
bible.software › Jeremia › Jeremia 27 › Jeremia 27:2

Jeremia 27:2

Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Thus saith the LORD to me; Make thee bonds and yokes, and put them upon thy neck,

In Context

1In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

3En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.

Read all of Jeremia 27

Cross References

1 Kings 11:30Zo vatte Ahia het nieuwe kleed, dat aan hem was, en scheurde het, in twaalf stukken.

Isaiah 20:2Ter zelfder tijd sprak de HEERE, door den dienst van Jesaja, den zoon van Amoz, zeggende: Ga heen, en ontbind den zak van uw lendenen, en doe uw schoenen van uw voeten. En hij deed alzo, gaande naakt en barrevoets.

Jeremiah 18:2Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.

Jeremiah 25:21Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;

Jeremiah 28:10Toen nam de profeet Hananja het juk van den hals van den profeet Jeremia, en verbrak het.

Ezekiel 4:1En gij, mensenkind, neem u een tichelsteen, en leg dien voor uw aangezicht, en bewerp daarop de stad Jeruzalem.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Jeremia 27:2

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Jeremia 27:1Jeremia 27Jeremia 27:3 →