Job 12:19
Hij voert de oversten beroofd weg, en de machtigen keert Hij om.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
He leadeth princes away spoiled, and overthroweth the mighty.
In Context
18Den band der koningen maakt Hij los, en Hij bindt den gordel aan hun lenden.
20Hij beneemt den getrouwen de spraak, en der ouden oordeel neemt Hij weg.
Cross References
Joshua 10:24En het geschiedde, als zij die koningen uitgebracht hadden tot Jozua, zo riep Jozua al de mannen van Israel, en hij zeide tot de oversten des krijgsvolks, die met hem getogen waren: Treedt toe, zet uw voeten op de halzen dezer koningen. En zij traden toe, en zetten hun voeten op hun halzen.
1 Samuel 17:45David daarentegen zeide tot den Filistijn: Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israel, Dien gij gehoond hebt.
Job 34:20In een ogenblik sterven zij; zelfs ter middernacht wordt een volk geschud, dat het doorga; en de machtige wordt weggenomen zonder hand.
Job 35:9Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.
Isaiah 40:23Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.
Revelation 17:14Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.