Job 13:26
Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
For thou writest bitter things against me, and makest me to possess the iniquities of my youth.
In Context
25Zult Gij een gedreven blad verbrijzelen, en zult Gij een drogen stoppel vervolgen?
Cross References
1 Kings 17:18En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
Job 20:11Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgene zonden zijn; van welke elkeen met hem op het stof nederliggen zal.
Psalms 88:3(88:4) Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf.
Jeremiah 31:19Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.
John 5:14Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.