Job 15:25
Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
For he stretcheth out his hand against God, and strengtheneth himself against the Almighty.
In Context
24Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.
26Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden;
Cross References
Exodus 5:2Maar Farao zeide: Wie is de HEERE, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israel te laten trekken? Ik ken den HEERE niet, en ik zal ook Israel niet laten trekken.
Leviticus 26:23Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
1 Samuel 6:6Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
Job 15:13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.
Job 40:9(40:4) Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?
Psalms 73:9Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.