Job 15:26
Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
He runneth upon him, even on his neck, upon the thick bosses of his bucklers:
In Context
25Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.
27Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;
Cross References
Exodus 5:2Maar Farao zeide: Wie is de HEERE, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israel te laten trekken? Ik ken den HEERE niet, en ik zal ook Israel niet laten trekken.
2 Chronicles 32:13Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?
Psalms 18:40(18:41) En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.