The Bible Software
bible.software › Job › Job 15 › Job 15:6

Job 15:6

Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Thine own mouth condemneth thee, and not I: yea, thine own lips testify against thee.

In Context

5Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

Read all of Job 15

Cross References

Job 9:20Zo ik mij rechtvaardig, mijn mond zal mij verdoemen; ben ik oprecht, Hij zal mij toch verkeerd verklaren.

Job 34:5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.

Job 40:8(40:3) Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

Psalms 64:8(64:9) En hun tong zal hen doen aanstoten tegen zichzelven; een ieder, die hen ziet, zal zich wegpakken.

Matthew 26:65Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Job 15:6

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 15:5Job 15Job 15:7 →