Job 16:9
Zijn toorn verscheurt, en Hij haat mij; Hij knerst over mij met Zijn tanden; mijn wederpartijder scherpt zijn ogen tegen mij.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Job 6:4Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
Job 13:24Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?
Job 18:4O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?
Psalms 35:16Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.
Psalms 50:22Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.
Lamentations 3:10Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.