Job 19:21
Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij, mijn vrienden! want de hand Gods heeft mij aangeraakt.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Have pity upon me, have pity upon me, O ye my friends; for the hand of God hath touched me.
In Context
20Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees; en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden.
22Waarom vervolgt gij mij als God, en wordt niet verzadigd van mijn vlees?
Cross References
Ruth 1:13Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.
Job 2:5Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!
Job 6:4Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
Psalms 38:2(38:3) Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.
Romans 12:15Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
Hebrews 13:3Gedenkt der gevangenen, alsof gij mede gevangen waart; en dergenen, die kwalijk gehandeld worden, alsof gij ook zelven in het lichaam kwalijk gehandeld waart.