Job 19:9
Mijn eer heeft Hij van mij afgetrokken, en de kroon mijns hoofds heeft Hij weggenomen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
He hath stripped me of my glory, and taken the crown from my head.
In Context
10Hij heeft mij rondom afgebroken, zodat ik henenga, en heeft mijn verwachting als een boom weggerukt.
Cross References
Job 29:7Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.
Job 30:1Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen.
Psalms 89:39(89:40) Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.
Psalms 89:44(89:45) Gij hebt zijn schoonheid doen ophouden; en Gij hebt zijn troon ter aarde nedergestoten.
Lamentations 5:16De kroon onzes hoofds is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben!