Job 20:16
Het vergif der adderen zal hij zuigen; de tong der slang zal hem doden.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
He shall suck the poison of asps: the viper’s tongue shall slay him.
In Context
15Hij heeft goed ingeslokt, maar zal het uitspuwen; God zal het uit zijn buik uitdrijven.
17De stromen, rivieren, beken van honig en boter zal hij niet zien.
Cross References
Proverbs 11:17Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.
Matthew 3:7Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
Romans 3:13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.