The Bible Software
bible.softwareJobJob 28 › Job 28:6

Job 28:6

Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

The stones of it are the place of sapphires: and it hath dust of gold.

In Context

5Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware.

7De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.

Read all of Job 28

Cross References

Job 28:16Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.

Isaiah 54:11Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Job 28:6

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 28:5Job 28Job 28:7 →