Job 28:6
Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The stones of it are the place of sapphires: and it hath dust of gold.
In Context
5Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware.
7De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.
Cross References
Job 28:16Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.
Isaiah 54:11Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.