The Bible Software
bible.software › Job › Job 29 › Job 29:6

Job 29:6

Toen ik mijn gangen wies in boter, en de rots bij mij oliebeken uitgoot;

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

When I washed my steps with butter, and the rock poured me out rivers of oil;

In Context

5Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij;

7Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

Read all of Job 29

Cross References

Genesis 49:11Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed.

Deuteronomy 33:24En van Aser zeide hij: Aser zij gezegend met zonen; hij zij zijn broederen aangenaam, en dope zijn voet in olie.

Psalms 81:16(81:17) En Hij zou het gespijsd hebben met het vette der tarwe; ja, Ik zou u verzadigd hebben met honig uit de rotsstenen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Job 29:6

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 29:5Job 29Job 29:7 →