Job 29:9
De oversten hielden de woorden in, en leiden de hand op hun mond.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The princes refrained talking, and laid their hand on their mouth.
In Context
8De jongens zagen mij, en verstaken zich, en de stokouden rezen op en stonden.
10De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.
Cross References
Job 4:2Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden?
Job 21:5Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.
Proverbs 10:19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen weerhoudt, is kloek verstandig.
James 1:19Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;