The Bible Software
bible.softwareJobJob 29 › Job 29:9

Job 29:9

De oversten hielden de woorden in, en leiden de hand op hun mond.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

The princes refrained talking, and laid their hand on their mouth.

In Context

8De jongens zagen mij, en verstaken zich, en de stokouden rezen op en stonden.

10De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.

Read all of Job 29

Cross References

Job 4:2Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden?

Job 21:5Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.

Proverbs 10:19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen weerhoudt, is kloek verstandig.

James 1:19Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Job 29:9

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 29:8Job 29Job 29:10 →