Job 3:23
Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Why is light given to a man whose way is hid, and whom God hath hedged in?
In Context
22Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;
24Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water.
Cross References
Job 13:27Gij legt ook mijn voeten in den stok, en neemt waar al mijn paden; Gij drukt U in de wortelen mijner voeten,
Job 19:8Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld.
Psalms 31:8(31:9) En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.
Psalms 88:9(88:10) Mijn oog treurt vanwege verdrukking; HEERE! ik roep tot U den gansen dag; ik strek mijn handen uit tot U.
Lamentations 3:7Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.
Hosea 2:6(2:5) Daarom, ziet, Ik zal uw weg met doornen betuinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.