The Bible Software
bible.softwareJobJob 30 › Job 30:13

Job 30:13

Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper van doen.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

They mar my path, they set forward my calamity, they have no helper.

In Context

12Ter rechterhand staat de jeugd op, stoten mijn voeten uit, en banen tegen mij hun verderfelijke wegen.

14Zij komen aan, als door een wijde breuk; onder de verwoesting rollen zij zich aan.

Read all of Job 30

Cross References

Isaiah 3:12De drijvers Mijns volks zijn kinderen, en vrouwen heersen over hetzelve. O Mijn volk! die u leiden, verleiden u, en den weg uwer paden slokken zij in.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Job 30:13

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 30:12Job 30Job 30:14 →