Job 30:21
Gij zijt veranderd in een wrede tegen mij; door de sterkte Uwer hand wederstaat Gij mij hatelijk.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Thou art become cruel to me: with thy strong hand thou opposest thyself against me.
In Context
20Ik schrei tot U, maar Gij antwoordt mij niet; ik sta, maar Gij acht niet op mij.
22Gij heft mij op in den wind; Gij doet mij daarop rijden, en Gij versmelt mij het wezen.
Cross References
Job 7:20Heb ik gezondigd, wat zal ik U doen, o Mensenhoeder? Waarom hebt Gij mij U tot een tegenloop gesteld, dat ik mijzelven tot een last zij?
Job 10:14Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.
Job 13:25Zult Gij een gedreven blad verbrijzelen, en zult Gij een drogen stoppel vervolgen?
Job 19:6Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
Job 23:6Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.
Psalms 89:13(89:14) Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog.