Job 30:8
Zij waren kinderen der dwazen, en kinderen van geen naam; zij waren geslagen uit den lande.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
They were children of fools, yea, children of base men: they were viler than the earth.
In Context
7Zij schreeuwden tussen de struiken; onder de netelen vergaderden zij zich.
9Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.
Cross References
2 Kings 8:18En hij wandelde op den weg der koningen van Israel, gelijk als het huis van Achab deed; want de dochter van Achab was hem ter vrouw geworden; en hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN.
2 Chronicles 22:3Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
Psalms 15:4In wiens ogen de verworpene veracht is, maar hij eert degenen, die den HEERE vrezen; heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet;
Proverbs 1:7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Proverbs 16:22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.
Jeremiah 7:18De kinderen lezen hout op, en de vaders steken het vuur aan, en de vrouwen kneden het deeg, om gebeelde koeken te maken voor de Melecheth des hemels, en anderen goden drankofferen te offeren, om Mij verdriet aan te doen.