Job 31:21
Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
If I have lifted up my hand against the fatherless, when I saw my help in the gate:
In Context
20Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;
22Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af!
Cross References
Job 22:9De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.
Job 29:12Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.
Proverbs 23:10Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet;
Ezekiel 22:7Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
Micah 7:3Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.