Job 32:21
Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Let me not, I pray you, accept any man’s person, neither let me give flattering titles unto man.
In Context
20Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.
22Want ik weet geen bijnamen te gebruiken; in kort zou mijn Maker mij wegnemen.
Cross References
Leviticus 19:15Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.
Deuteronomy 16:19Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
2 Samuel 14:20Dat ik de gestalte dezer zaak alzo omwenden zou, zulks heeft uw knecht Joab gedaan; doch mijn heer is wijs, naar de wijsheid van een Engel Gods, om te merken alles, wat op de aarde is.
Job 13:10Hij zal u gewisselijk bestraffen, zo gij in het verborgene het aangezicht aanneemt.
Job 34:19Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.
Proverbs 24:23Deze spreuken zijn ook van de wijzen. Het aangezicht in het gericht te kennen, is niet goed.