Job 38:19
Waar is de weg, daar het licht woont? En de duisternis, waar is haar plaats?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Where is the way where light dwelleth? and as for darkness, where is the place thereof,
In Context
20Dat gij dat brengen zoudt tot zijn pale, en dat gij merken zoudt de paden zijns huizes?
Cross References
Genesis 1:3En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
Deuteronomy 4:19Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
Psalms 18:11(18:12) Duisternis zette Hij tot Zijn verberging; rondom Hem was Zijn tent, duisterheid der wateren, wolken des hemels.
Psalms 105:28Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet wederspannig.
Jeremiah 13:16Geeft eer den HEERE, uw God, eer dat Hij het duister maakt, en eer uw voeten zich stoten aan de schemerende bergen; dat gij naar licht wacht, en Hij datzelve tot een schaduw des doods stelle, en tot een donkerheid zette.
Amos 4:13Want zie, Die de bergen formeert, en den wind schept, en den mens bekend maakt, wat zijn gedachte zij, Die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen, is Zijn Naam.