Job 39:10
(39:13) Zult gij den eenhoorn met zijn touw aan de voren binden? Zal hij de laagten achter u eggen?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Canst thou bind the unicorn with his band in the furrow? or will he harrow the valleys after thee?
In Context
9(39:12) Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij vernachten aan uw kribbe?
11(39:14) Zult gij op hem vertrouwen, omdat zijn kracht groot is, en zult gij uw arbeid op hem laten?
Cross References
Job 1:14Dat een bode tot Job kwam, en zeide: De runderen waren ploegende, en de ezelinnen weidende aan hun zijden.
Job 39:7(39:10) Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.
Psalms 129:3Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.
Micah 1:13Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israels overtredingen gevonden.