Job 39:19
(39:22) Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Hath thou given the horse strength? hast thou clothed his neck with thunder?
In Context
18(39:21) Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.
20(39:23) Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking.
Cross References
Job 39:25(39:28) In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.
Psalms 33:17Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.
Psalms 104:1Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
Mark 3:17En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;