Job 39:28
(39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
She dwelleth and abideth on the rock, upon the crag of the rock, and the strong place.
In Context
29(39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af.
Cross References
1 Samuel 14:4Er was nu tussen de doortochten, waar Jonathan zocht door te gaan tot der Filistijnen bezetting, een scherpte van een steenklip aan deze zijde, en een scherpte van een steenklip aan gene zijde; en de naam der ene was Bozes, en de naam der andere Sene.