Job 41:30
(41:21) Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Sharp stones are under him: he spreadeth sharp pointed things upon the mire.
In Context
29(41:20) De werpstenen worden van hem geacht als stoppelen, en hij belacht de drilling der lans.
31(41:22) Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.