Job 42:5
Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
I have heard of thee by the hearing of the ear: but now mine eye seeth thee.
In Context
4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.
6Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.
Cross References
Job 4:12Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;
Job 26:14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?
Job 33:16Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;
Isaiah 6:5Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.
John 12:41Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.
Acts 7:55Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.