Jozua 10:24
En het geschiedde, als zij die koningen uitgebracht hadden tot Jozua, zo riep Jozua al de mannen van Israel, en hij zeide tot de oversten des krijgsvolks, die met hem getogen waren: Treedt toe, zet uw voeten op de halzen dezer koningen. En zij traden toe, en zetten hun voeten op hun halzen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Deuteronomy 33:29Welgelukzalig zijt gij, o Israel! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden!
2 Samuel 22:39En ik verteerde hen, en doorstak ze, dat zij niet weder opstonden; maar zij vielen onder mijn voeten.
Psalms 18:40(18:41) En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.
Psalms 107:40Hij stort verachting uit over de prinsen, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.
Psalms 110:5De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.
Isaiah 26:5Want Hij buigt de hooggezetenen neder, de verheven stad; Hij vernedert ze, Hij vernedert ze tot de aarde toe, Hij doet ze tot aan het stof reiken.