bible.software › Jozua › Jozua 10 › Jozua 10:34
Jozua 10:34
En Jozua trok voort van Lachis naar Eglon, en gans Israel met hem; en zij belegerden haar en krijgden tegen haar.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And from Lachish Joshua passed unto Eglon, and all Israel with him; and they encamped against it, and fought against it:
In Context
33Toen trok Horam, de koning van Gezer, op, om Lachis te helpen; maar Jozua sloeg hem en zijn volk, totdat hij hem geen overigen overliet.
35En zij namen haar in ten zelven dage, en sloegen haar met de scherpte des zwaards, en alle ziel, die daarin was, verbande hij op denzelven dag, naar alles, wat hij aan Lachis gedaan had.
Read all of Jozua 10
Cross References
Joshua 10:3Daarom zond Adoni-Zedek, koning van Jeruzalem, tot Hoham, den koning van Hebron, en tot Pir-Am, den koning van Jarmuth, en tot Jafia, den koning van Lachis, en tot Debir, den koning van Eglon, zeggende:
Joshua 15:39Lachis, en Bozkath, en Eglon,
This Verse In Other Editions
Study Jozua 10:34