bible.software › Jozua › Jozua 19 › Jozua 19:11
Jozua 19:11
En hun landpale gaat opwaarts naar het westen en Mar-ala, en reikt tot Dabbaseth, en reikt tot aan de beek, die voor aan Jokneam is.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And their border went up toward the sea, and Maralah, and reached to Dabbasheth, and reached to the river that is before Jokneam;
In Context
10Daarna kwam het derde lot op voor de kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; en de landpale van hun erfdeel was tot aan Sarid.
12En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chisloth-Thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafia.
Read all of Jozua 19
Cross References
1 Kings 4:12Baana, de zoon van Ahilud, had Taanach, en Megiddo, en het ganse Beth-Sean, hetwelk is bij Zartana, beneden van Jizreel, van Beth-Sean aan tot Abel-Mehola, tot op gene zijde van Jokmeam.
This Verse In Other Editions
Study Jozua 19:11