The Bible Software
bible.softwareKlaagliederenKlaagliederen 5 › Klaagliederen 5:9

Klaagliederen 5:9

Wij moeten ons brood met gevaar onzes levens halen, vanwege het zwaard der woestijn.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

We gat our bread with the peril of our lives because of the sword of the wilderness.

In Context

8Knechten heersen over ons; er is niemand, die ons uit hun hand rukke.

10Onze huid is zwart geworden gelijk een oven, vanwege den geweldigen storm des hongers.

Read all of Klaagliederen 5

Cross References

Judges 6:11Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.

Jeremiah 40:9En Gedalia, de zoon van Ahikam, den zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: Vreest niet van de Chaldeen te dienen; blijft in het land, en dient den koning van Babel, zo zal het u welgaan.

Jeremiah 41:18Voor het aangezicht der Chaldeen; want zij vreesden voor hunlieder aangezicht, omdat Ismael, de zoon van Nethanja, Gedalia, den zoon van Ahikam, geslagen had, dien de koning van Babel over het land gesteld had.

Jeremiah 42:16Zo zal het geschieden, dat het zwaard, waar gij voor vreest, u aldaar in Egypteland zal achterhalen; en de honger, waar gij voor zorgt, zal u aldaar in Egypte achter aankleven, en gij zult aldaar sterven.

Ezekiel 12:18Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Klaagliederen 5:9

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Klaagliederen 5:8Klaagliederen 5Klaagliederen 5:10 →