Leviticus 11:19
En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And the stork, the heron after her kind, and the lapwing, and the bat.
In Context
18En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,
20Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.
Cross References
Psalms 104:17Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.
Zechariah 5:9En ik hief mijn ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.