Matthew 14:33
Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Then they that were in the ship came and worshipped him, saying, Of a truth thou art the Son of God.
In Context
32En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.
34En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret.
Cross References
Psalms 2:7Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
Matthew 4:3En de verzoeker, tot Hem gekomen zijnde, zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg, dat deze stenen broden worden.
Matthew 16:16En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.
Matthew 26:63Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?
Matthew 27:54En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!
Matthew 28:17En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.