Matthew 22:46
En niemand kon Hem een woord antwoorden; noch iemand durfde Hem van dien dag aan iets meer vragen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
45Indien Hem dan David noemt zijn Heere, hoe is Hij zijn Zoon?
Cross References
Job 32:15Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet.
Matthew 21:27En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.
Luke 13:17En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.
Luke 14:6En zij konden Hem daarop niet weder antwoorden.
John 8:7En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zeide tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.