Mattheüs 26:10
Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
9Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.
11Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
Cross References
Nehemiah 2:18En ik gaf hun te kennen de hand mijns Gods, Die goed over mij geweest was, als ook de woorden des konings, die hij tot mij gesproken had. Toen zeiden zij: Laat ons op zijn, dat wij bouwen; en zij sterkten hun handen ten goede.
Mark 14:6Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
2 Corinthians 9:8En God is machtig alle genade te doen overvloedig zijn in u; opdat gij in alles te allen tijd, alle genoegzaamheid hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn.
Galatians 5:12Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!
Ephesians 2:10Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
2 Thessalonians 2:17Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.