Matthew 26:70
Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
But he denied before them all, saying, I know not what thou sayest.
In Context
Cross References
Psalms 119:115Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.
Proverbs 29:23De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.
Isaiah 57:11Maar voor wien hebt gij geschroomd of gevreesd? Want gij hebt gelogen, en zijt Mijner niet gedachtig geweest, gij hebt Mij op uw hart niet gelegd; is het niet, om dat Ik zwijg, en dat van ouds af, en gij vreest Mij niet?
Matthew 26:34Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
Matthew 26:51En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.
Matthew 26:58En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.