Numbers 31:10
Voorts al hun steden met hun woonplaatsen, en al hun burchten verbrandden zij met vuur.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And they burnt all their cities wherein they dwelt, and all their goodly castles, with fire.
In Context
11En zij namen al den roof, en al den buit, van mensen en van beesten.
Cross References
Genesis 25:16Deze zijn de zonen van Ismael, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.
1 Samuel 30:1Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden;
Isaiah 1:7Uw aardrijk is een verwoesting, uw steden zijn met het vuur verbrand; uw land verteren de vreemden in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting is er, als een omkering door de vreemden.