Proverbs 13:3
Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.
Cross References
Judges 16:11En hij zeide tot haar: Indien zij mij vastbonden met nieuwe touwen, met dewelke geen werk gedaan is, zo zou ik zwak worden, en wezen als een ander mens.
Psalms 39:1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun. (39:2) Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.
Proverbs 10:19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen weerhoudt, is kloek verstandig.
Proverbs 14:3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.
Proverbs 18:21Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.
Proverbs 21:23Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.