Proverbs 14:10
Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The heart knoweth his own bitterness; and a stranger doth not intermeddle with his joy.
In Context
9Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.
11Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.
Cross References
1 Samuel 1:10Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.
2 Kings 4:27Toen zij nu tot den man Gods op den berg kwam, vatte zij zijn voeten. Maar Gehazi trad toe, om haar af te stoten. Doch de man Gods zeide: Laat ze geworden; want haar ziel is in haar bitterlijk bedroefd, en de HEERE heeft het voor mij verborgen, en mij niet verkondigd.
Job 6:4Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
Job 9:18Hij laat mij niet toe mijn adem te verhalen; maar Hij verzadigt mij met bitterheden.
Psalms 25:14Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
Proverbs 18:14De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?