Proverbs 2:13
Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Who leave the paths of uprightness, to walk in the ways of darkness;
In Context
12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;
14Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;
Cross References
Job 24:13Zij zijn onder de wederstrevers des lichts; zij kennen Zijn wegen niet, en zij blijven niet op Zijn paden.
Psalms 36:3(36:4) De woorden zijns monds zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen.
Proverbs 4:19De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen.
Isaiah 59:8Den weg des vredes kennen zij niet; en er is geen recht in hun gangen; hun paden maken zij verkeerd voor zich zelven, al wie daarop gaat, die kent den vrede niet.
Ezekiel 33:12Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt.
Matthew 12:43En wanneer de onreine geest van den mens uitgegaan is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust, en vindt ze niet.