Proverbs 29:5
Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
A man that flattereth his neighbour spreadeth a net for his feet.
In Context
6In de overtreding eens bozen mans is een strik; maar de rechtvaardige juicht en is blijde.
Cross References
2 Samuel 14:17Wijders zeide uw dienstmaagd: Het woord mijns heren, des konings, zij toch tot rust; want gelijk een Engel Gods, alzo is mijn heer de koning, om te horen het goede en het kwade; en de HEERE, uw God, zal met u zijn.
Psalms 5:9(5:10) Want in hun mond is niets rechts, hun binnenste is enkel verderving, hun keel is een open graf, met hun tong vleien zij.
Proverbs 1:17Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;
Proverbs 7:21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.
Proverbs 26:24Die haat draagt, houdt zich vreemd met zijn lippen; maar in zijn binnenste stelt hij bedrog aan.
Lamentations 1:13Mem. Van de hoogte heeft Hij een vuur in mijn beenderen gezonden, waarover Hij geheerst heeft; Hij heeft voor mijn voeten een net uitgebreid, Hij heeft mij achterwaarts doen keren, Hij heeft mij woest en ziek gemaakt den gansen dag.