The Bible Software
bible.softwareProverbsProverbs 31 › Proverbs 31:25

Proverbs 31:25

Ain. Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Strength and honour are her clothing; and she shall rejoice in time to come.

In Context

24Samech. Zij maakt fijn lijnwaad en verkoopt het; en zij levert den koopman gordelen.

26Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

Read all of Proverbs 31

Cross References

Job 40:10(40:5) Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!

Psalms 132:9Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid, en dat Uw gunstgenoten juichen.

Isaiah 61:10Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.

Matthew 25:20En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen.

Ephesians 4:24En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

1 Peter 5:5Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Proverbs 31:25

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Proverbs 31:24Proverbs 31Proverbs 31:26 →