Proverbs 6:1
Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
My son, if thou be surety for thy friend, if thou hast stricken thy hand with a stranger,
In Context
2Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.
Cross References
Genesis 43:9Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!
Job 17:3Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde.
Proverbs 17:18Een verstandeloos mens klapt in de hand, zich borg stellende bij zijn naaste.
Proverbs 22:26Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.
Philemon 1:18En indien hij u iets verongelijkt heeft, of schuldig is, reken dat mij toe.