Proverbs 6:9
Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
How long wilt thou sleep, O sluggard? when wilt thou arise out of thy sleep?
In Context
8Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.
10Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;
Cross References
Psalms 94:8Aanmerkt, gij onvernuftigen onder het volk! en gij dwazen! wanneer zult gij verstandig worden?
Proverbs 19:15Luiheid doet in diepen slaap vallen; en een bedriegelijke ziel zal hongeren.
Proverbs 26:14Een deur keert om op haar herre, alzo de luiaard op zijn bed.
Jeremiah 4:14Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
Romans 13:11En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.
1 Thessalonians 5:2Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.