Psalms 104:21
De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The young lions roar after their prey, and seek their meat from God.
In Context
20Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:
22De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.
Cross References
Job 38:41(39:3) Wie bereidt de raaf haar kost, als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen, omdat er geen eten is?
Psalms 145:15Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.
Isaiah 31:4Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte der herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; alzo zal de HEERE der heirscharen nederdalen, om te strijden voor den berg Sions en voor haar heuvel.
Joel 1:18O, hoe zucht het vee, de runderkudden zijn bedwelmd, want zij hebben geen weide, ook zijn de schaapskudden verwoest.
Joel 2:22Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven.